20 januari 2026
Het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk moet uiterlijk op 1 april 2026 worden opgesteld en bevat alle relevante informatie over de veiligheid en gezondheid van werknemers binnen de organisatie. Dit verslag is verplicht voor alle werkgevers, ongeacht de grootte van het bedrijf.
In het jaarverslag over de werking van de interne dienst moet alle informatie betreffende de veiligheid en gezondheid van de werknemers in uw organisatie (statistiek over arbeidsongevallen, acties die ondernomen werden, structuur van de onderneming, personen verantwoordelijk voor de veiligheid, inlichtingen over de externe preventiedienst,…) van het afgelopen jaar terug te vinden zijn.
De werkgever moet het jaarverslag uiterlijk tegen 1 april 2026 opstellen. Hij houdt dit verslag ter beschikking van de inspectie toezicht op het welzijn op het werk.
Het is de preventieadviseur die het jaarverslag opmaakt. Frequent horen wij volgende reactie: “We hebben geen interne dienst voor preventie en bescherming dus moeten we geen verslag maken…“. Dit is een misvatting! Elke werkgever, ongeacht de grootte van het bedrijf, moet een Interne Dienst voor Preventie en Bescherming oprichten. Deze moet ten minste bestaan uit een preventieadviseur. In bedrijven of organisaties met minder dan 20 werknemers mag de werkgever de functie van preventieadviseur zelf uitvoeren.
De overheid stelt formulieren ter beschikking voor het jaarverslag. Het formulier en een verklarende nota zijn hier te vinden. In de verklarende nota zijn instructies terug te vinden over hoe u bepaalde cijfergegevens dient te berekenen. De rubrieken hebben betrekking op identificatiegegevens, de organisatie van de interne dienst en eventueel het comité voor preventie en bescherming op het werk, op de arbeidsongevallen en ongevallen op weg van en naar het werk, de arbeidsveiligheid, de gezondheid en hygiëne op het werk, de vorming van en de informatie aan het personeel.
De nodige formulieren en een verklarende nota bevinden zich op de website van het FOD WASO.
In januari 2026 werd een nieuwe versie van de norm ISO 3941 over brandklassen gepubliceerd. De herziene norm voegt een nieuwe brandklasse toe: brandklasse L voor branden van lithium-ionbatterijen.
Hoe langer iemand afwezig is, hoe kleiner de kans op werkhervatting bij dezelfde werkgever en hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt. Na 3 maanden arbeidsongeschiktheid daalt de kans op reactivering naar 50%, wanneer er nog geen tussenkomst werd voorzien via professionele begeleiding, gericht op re-integratie.
In België zijn alle bedrijven met 20 werknemers of meer verplicht om jaarlijks een gestructureerd opleidingsplan op te stellen. Doel van deze verplichting is dat acties rond competentieontwikkeling binnen de onderneming formeel worden vastgelegd en gepland.
Sinds 1 januari 2026 is de werkgever verplicht om een inschatting te laten maken van het arbeidspotentieel van een werknemer die minstens 8 weken arbeidsongeschikt is. Indien de arbeidsarts oordeelt dat een arbeidspotentieel aanwezig is, dient de werkgever verplicht een re-integratietraject op te starten.
Een nieuw K.B. bepaalt sancties voor werknemers die niet meewerken aan de re-integratie.
Met de naderende invoering van de Europese duurzaamheidsregels bereiden Belgische ondernemingen zich stilaan voor op een nieuwe vorm van transparantie. Ook bij Cohezio, dat hierdoor tot de eerste spelers in haar sector behoort die proactief werk maakt van een ESG-beleid. ‘Niet omdat het moet, maar omdat het moet kloppen.
Het is al langer geweten dat het heersende ondernemingsklimaat en de openheid in het bedrijf, met name het contact en de band met collega’s, hiërarchische lijn en werkgever tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid, een belangrijke bepalende factor is in kader van een vlotte en succesvolle re-integratie. Hoe langer de radiostilte tussen werkgever en de arbeidsongeschikte werknemer, hoe moeilijker de re-integratie.
De tarieven voor externe diensten voor preventie en bescherming op het werk zijn voor 2026 met 4,05 % geïndexeerd ten opzichte van 2025, na twee overschrijdingen van de spilindex in 2025.
In dit artikel willen we een korte vooruitblik werpen op de wetgeving die raakt aan welzijn op het werk en in werking treedt in 2026.
Jeugdige werknemers vormen in het arbeidsrecht een bijzondere categorie waarvoor heel wat beschermingsmaatregelen van toepassing zijn.
De vereiste dat een 15-jarige die tewerkgesteld wordt zijn of haar eerste twee jaren secundair onderwijs moest hebben afgemaakt, werd met de Wet van 18 december houdende diverse bepalingen afgeschaft. Voortaan kan ook de 15-jarige die (nog) zijn tweede jaar secundair niet voleindigde, een vakantiejob uitoefenen. Wel mag het enkel gaan om lichte arbeid. Wat “lichte arbeid” precies inhoudt, zal nog uitgeklaard worden door een later Koninklijk besluit.