Eerst en vooral is het belangrijk te benadrukken dat deze verplichting geldt voor de werkgever als juridische entiteit. Het aantal werknemers moet dus worden geteld per juridische entiteit.
De drempel van “20 of meer werknemers” die in deze artikelen wordt gehanteerd, verwijst naar de drempel in artikel 33 Welzijnswet (op grond waarvan de werkgever verplicht is een beroep te doen op een werknemer voor de functie van preventieadviseur). De berekening van deze drempel gebeurt volgens de berekeningswijze van het aantal werknemers die wordt beschreven in artikel II.1-2 van de codex over het welzijn op het werk (cfr. Parl.St. Kamer 2025-2026, doc.nr. 56-1177/001 p. 39).
Dit wil het volgende zeggen:
- Voor voltijdse werknemers: het aantal werknemers wordt berekend door het aantal kalenderdagen waarop elke werknemer gedurende een periode van de 4 trimesters die elk trimester voorafgaan, ingeschreven is in het personeelsregister (dimona), te delen door 365 (1). Een werknemer zal voor “1” meetellen als hij 75% of meer van een VTE (voltijds equivalent) werkt.
- Voor deeltijdse werknemers: wanneer het werkelijke uurrooster van een werknemer geen ¾ bereikt van het uurrooster dat hij als voltijds tewerkgestelde werknemer zou hebben gehad, wordt het aantal kalenderdagen bedoeld in (1), gedeeld door 2. Een werknemer zal dus slechts voor “0,5” meetellen als hij minder dan 75% van een VTE werkt.
- Voor stagiairs, leerlingen en andere met werknemers gelijkgestelde personen het aantal gelijkgestelde personen wordt berekend door het aantal uren waarop zij arbeid of een vorm van arbeid verrichten tijdens een periode van 4 trimesters die elk trimester voorafgaan, te delen door 1750. Een stagiair die 175 uren een vorm van arbeid verricht tijdens de voornoemde periode van 4 trimesters zal voor “0,1” meetellen.
- Uitzendkrachten: art. 25 van de Uitzendarbeidwet van 24 juli 1987 voorziet dat de ter beschikking van een gebruikende onderneming gestelde uitzendkrachten in aanmerking komen voor de personeelssterkte in die gebruikende onderneming (behalve bij vervanging van vaste werknemers). Uitzendkrachten moeten dus bij de gebruiker worden meegeteld voor de berekening van het aantal werknemers. Het berekenen van het aantal uitzendkrachten gebeurt op dezelfde wijze als de berekening van het aantal werknemers. Een uitzendkracht die bij een gebruiker wordt tewerkgesteld (zonder een vaste werknemer te vervangen), zal voor “0,2” meetellen als deze uitzendkracht 73 dagen gewerkt heeft tijdens de voornoemde periode van 4 trimesters.
Er is geen vast moment bepaald voor de uitvoering hierboven vermelde berekening van de drempel. De berekening kan dus op elk moment uitgevoerd worden, maar aangezien men steeds naar de 4 voorgaande trimesters moet kijken, zal de drempel in principe enkel veranderen bij een volgend trimester.
Artikel 127/1 Sociaal Strafwetboek (ingevoerd bij wet van 19/12/2025) bepaalt dat op het niet naleven van deze verplichting door deze werkgevers, een sanctie van niveau 2 staat, en dat de geldboete kan worden vermenigvuldigd met het aantal werknemers waarop de inbreuk betrekking heeft.”